Traditie

In 1850 introduceerde de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman in het verhaal Sint Niklaas en zijn knecht een page bij de goedheiligman. De page was geen traditionele page, dat waren oorspronkelijk adellijke jongelingen, maar een zwarte slaaf. 1850 is een pikant jaartal. In de jaren tussen 1840 en 1863 overheerste in Nederland de discussie over afschaffing van de slavernij. Jan Schenkman stak zijn sympathieën niet onder stoelen of banken: hij schreef ook antisemitisch werk. We weten dat Nicolaas van Myra op 6 december van het jaar 342 is gestorven. Sinterklaas heeft het dus veel langer, ruim 15 eeuwen, zonder knecht moeten doen dan met. Was het 150 jaar geleden nog één Piet, nu zijn het er honderden. In mijn jeugd werden nog stoute kinderen in de zak gedaan en had Zwarte Piet een roe waarmee kinderen op de billen kregen. Tot zover traditie. Ik heb overigens Zwarte Piet nooit met een slaaf of uit Afrika stammende mensen geassocieerd, maar in de jaren vijftig van de vorige eeuw had een joch als ik nog nauwelijks een voorstelling van niet-blanken.

In de jaren tachtig kwam ik in aanraking met uit Suriname afkomstige Nederlanders en begon ik te begrijpen hoe verholen discriminatie werkt, zowel vanuit de onderdrukker als vanuit de onderdrukten. Discriminatie is een wisselwerking, waarin degene met macht de spelregels bepaalt. Ik begon in te zien dat ook ik discrimineer en begreep dat ik dat niet kan veranderen. Positieve discriminatie is ook discriminatie. Macht wordt niet gegeven maar genomen. Die macht ligt nog altijd in handen van witte mannen (zoals ik), hoewel die macht taant. De recente opkomst van sterke leiders met dictatoriale trekjes is een teken van die afnemende macht. Nog één keer, waarbij het de vraag is hoe lang het nog duurt en hoeveel slachtoffers hun geschreeuw zal kosten.