Ontwikkeling

How do you do?

Helaas heb ik geen foto’s meer van de mijn eerste gitaar. Die was oorspronkelijk van mijn oudste zus, maar ze gaf al snel het spelen op. Ik was voorbestemd om de familietraditie voort te zetten en kerkorganist te worden en kreeg daarvoor les van mijn oom, een dirigent. Toonladders en vingerzettingen waren niet mijn ding en ik pikte haar gitaar in. Afgezien van een paar lessen in een buurthuis (“Sari Marais”), ben ik autodidact. De foto rechts is van mijn eerste publiekelijke solo optreden, 1963. Ik zong How Do You Do van Gerry and the Pacemakers.

Voor de overdonderende pop uit Engeland rond 1963 was ik als klein knulletje een Cliff Richard fan. Elvis vond ik verschrikkelijk. Na de Merseybeat koos ik The Animals en The Who als goden.

van Cliff naar Bob

Op mijn dertiende startte ik mijn eerste bandje, aanvankelijk K2B geheten, later Crimson Gnome, met op het repertoire nummers als Hey Joe van Jimi Hendrix, Legal Matter van The Who en Everybody Needs Somebody to Love van Solomon Burke. Helaas ben ik de foto’s kwijtgeraakt.
In die tijd ontdekte ik Eric Clapton, John Mayall en een jaar later Pink Floyd. Het ging allemaal heel snel in die dagen. Ik speelde met de platen mee en probeerde met mijn bandje die magische klanken te evenaren.
Natuurlijk had ik ook platen van Bob Dylan, maar ik leerde hem pas goed kennen toen ik een jaar of achttien was. Ik speelde met Pep Blom als duo zijn volledige songbook.
Bij de shows van Herman van Veen kwam, zag en hoorde ik Harry Sacksioni en een wereld ging voor mij open: finger-picking. Leo Kottke, Stefan Grossman, Big Bill Broonzy.

Pour Boys

Intussen speelde ik in The Counterfeit Countryband, die na enkele optredens uit elkaar viel, omdat het muzikale niveau te ver uiteen liep. Met het trio dat overbleef, Jan Schrama, Ron van Leeuwen en ik (links), foutief gespeld The Pour Boys, vormden we een paar jaar een redelijk succesvol Old-Time country gezelschap. Behalve zingen, speelde ik gitaar, mondharmonica, mandoline en banjo.

Duo's & Trio's

Ik was niet tevreden over mijn gitaarspel en werd beperkt door mijn muziekanalfabetisme: ik kon geen muziek lezen. Ik nam klassiek gitaarles en samen met Ron van Leeuwen speelden ik Ierse jigs, reels em hornpipes. Wat later kwam ik in contact met Jean-Paul Piquard en vormde samen met hem en bassist Dick Siersema een trio dat al naar gelang de wens een gitaar-, blues- of countrytrio vormde. In die tijd was het voor jachthavens kennelijk in de mode om livemuziek te laten horen, want dat kwam toen nog al eens voor, naast slecht betaalde gigs in het folkcircuit (Het Zoldertje, Café de Nes).

Scheurbuik

Met bassist Dick Siersema en gitarist Martin Buth vormden we naast het trio met Jean-Paul het folkgroepje Scheurbuik.We speelden Nederlandse zeemansliederen uit de zeventiende eeuw, aangevuld met Nederlandstalige liedjes die ik toen begon te schrijven

Waldini

Zo probeerde ik in die eerste helft van de jaren tachtig als beroepsmuzikant mijn brood te verdienen, maar de karige centen die kroegbazen en andere organisatoren ons toeschoven, was nauwelijks voldoende om nieuwe snaren aan te schaffen, laat staan de benzine te bekostigen om naar een café of folkpodium ergens in Nederland te reizen. De reguliere arbeidsmarkt kostte mij teveel tijd om mij serieus met muziek bezig te houden. Op enkele oplevingen na, duurde het tot 2001 voor ik weer enthousiast werd. Het clubje Met Dick en Martin kwam weer bijeen, maar de tijd had ons te ver uiteen gedreven. In 2003 startten Martin, mijn dochter Sietske en ik een gelegenheidsgroepje wat resulteerde in de CD Winterweelde. De muziek had mij weer in haar greep. Ik ging minder werken, gaf gitaarles en schreef nummer na nummer.

De Ketting

Met die zelfgeschreven liedjes kwam het idee van een theatershow bovendrijven. Ik zocht en vond pianist Henk Ruijsch, bassist Jaap Nijenhuis en drummer Ton Ras, kortom: Dick Scholten @ Combinièri. Een groot deel van 2004 oefenden we wekelijks. Twee try-outs volgden en in oktober 2004 de première. Tot eind 2006 traden we op meerdere plaatsen in het land op, kregen radio en tv zendtijd en brachten de CD Nieuwe wijn in oude zakken uit.

De Muur, live in Arnhem (2005)

Combinièri

De Combinièri evolueerde langzaam tot een jazzkwartet  en ook mijn eigen nummers werden jazzier. Promotie op mijn werk naar algemeen directeur van de Nederlandse vestiging van een internationaal softwarebedrijf dwong mij andermaal afscheid te nemen van een band en mijn inmiddels flink gegroeide schare gitaarleerlingen.

In eigen hand

Samen met dochter Sietske en zoon Frank maakten we de CD Sietske!, een compilatie van van mijn liedjes die we vanaf 2008 op de planken brachten. In 2010 trad ik – vooralsnog – voor het laatst op.

Daarnaast heb ik nog tot 2014 enkele jazzy CD’s geproduceerd: Op Weg naar de Heuveltop, Lost in Rome en Sad Songs and Disasters.

Nu zijn CD’s uit de tijd. In 2016 schreef ik vijf piano stukken, verzameld onder de naam Five Pianopieces.

Horizon

Zoals je onder het kopje Pour Boys kon lezen, hield ik me in de jaren tachtig ledig met Old Time Country, een Amerikaanse muziekstijl die tot ongeveer 1945 dominant was. Vaak zijn het folksongs en melodieën die van oorsprong Europees en Afrikaans zijn. In de jaren zestig bloeide de stijl weer op, door onder meer Bob Dylan en Joan Baez. Substijlen van Old-Time zijn onder meer Bluegrass, Americana en Hillbilly. Hedendaagse voorbeelden zijn Della Mae, Old Crow Medicine Show, Alison Kraus, Dave Rawlings en Gillian Welch.
In december 2018 nam Jan Schrama contact met mij op en mij vroeg of ik zin had om ons oude Pour Boys repertoire in een studio op te nemen. Aanvankelijk hoefde dat niet zo voor mij, maar toen ik Ron hierover polste en we weer samen speelden, werd ik enthousiast. Helaas viel eerst Jan en later ook Ron uit, maar het  kostte me niet veel moeite om muzikanten enthousiast te maken voor het idee en zo bestaat Clear Horizon sinds januari 2019.