Potjandorie

Kort verhaal

Elke gelijkenis met bestaande en/of overleden personen berust op toeval.

Copyright © 2017 Qualiber, Dick Scholten
Auteur: Dick Scholten
Foto’s: de auteur in 1968
Kort verhaal
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.

Puch

Alsof het tijdens een synode heftig bediscussieerd was ontstond in de jaren zestig het schisma onder de Kikkers tussen Puch- en Tomosrijders. Zo doen we dat in Nederland. Er zijn niet voor niets veertien verschillende gereformeerde kerkgenootschappen in Nederland en namen achtentwintig partijen deel aan de laatste Tweede Kamerverkiezing. Een Puch bezitter was een volger van het ware geloof, had je een Tomos, dan was je afvallig. Een Puch had status, want Tomos was voor de arbeider met een minder gevulde geldbuidel. Een niet-kenner, een buikschuiver of vetkuif, zag geen verschil tussen beide merken. Als je van ver een Puch van een Tomos kon onderscheiden, dan behoorde je tot de ware geloofsdeskundigen. Voor de rest van de wereld gold: God, vergeef het hen, want zij weten niet wat zij doen. Nu, ruim vijftig jaar later, kan slechts een enkeling van de ouden van dagen tot het selecte groepje experts gerekend worden. De gewone, normale Nederlander weet niet eens wat een Puch of Tomos is. Voor die grote groep ignoranten: dit gaat over bromfietsen.

Mijn broer had een Tomos. Niet een gammel tweedehandsje, maar een heuse nieuwe. Hoe hij het geld bijeen gesprokkeld heeft is mij een raadsel, want mijn broer verhoudt zich tot geduldig sparen als materie tot antimaterie.
Het zal jeugdige onschuld geweest zijn dat ik een Tomos mooier vond dan een Puch. Het zat ‘m in een miniem detail. De vorm van de koplamp verschilde en die van Tomos viel mij meer in de smaak. Voor de rest waren beide merken identiek, ook technisch. Een Puch handboek voor het motorisch onderhoud kon je voor een Tomos gebruiken en andersom. Het Joegoslavische Tovarna Motornih Vozil maakte vanaf 1954 bromfietsen in licentie van het Oostenrijkse Puch. Licentievoorwaarden kan het verschil in koplampen verklaren, want oudere Puchs hadden dezelfde koplamp als de latere Tomos. Omdat niet alleen de begrippen Tomos en Puch op nu onleesbare 5¼ inch floppydisks zijn beland, behoeft ook Joegoslavië voor de Millennials uitleg. Joegoslavië was een staat in Zuidoost Europa dat in de jaren negentig door bloedige burgeroorlogen uiteenviel.

Ongeacht of je een Vetkuif of een Kikker was, aan je brommer moest je sleutelen. Het ding moest worden opgevoerd, de ontsteking bijgesteld, aan de sproeier gedraaid en de “looks” gepersonaliseerd. Aan de brommer herkent men de puber. ’s Avonds sleutelde mijn broer in de schuur aan zijn Tomos. De schuur stond in de tuin en was vanaf de woonkamer bereikbaar door de tuindeuren die alleen aan de binnenkant geopend en gesloten konden worden met een pompspanjolet. Natuurlijk kon je ook omlopen naar de voordeur. Ons huis was het tweede van het blok, maar drie of dertig meter lopen is een flink verschil. Als het buiten niet al te koud was, liet je de spanjolethendel in horizontale stand, zodat je de tuindeuren vanaf de buitenzijden aan de afdeklat kon opentrekken. Door veelvuldig gebruik was die dekplaat op schouderhoogte zwart van in olie en vet gedrenkte vingerafdrukken. Regende het buiten of als het waaide, dan moest de deur dicht. Het was naar de mening van mijn moeder niet de bedoeling dat de enige kachel in huis ook de tuin verwarmde. Als onder die weersomstandigheden mijn broer in de schuur aan zijn trotse bezit sleutelde, moest de deur veelvuldig voor hem worden geopend.

In die dagen rookte iedereen. Degenen zonder nicotinevlekken op de vingers, moesten een goed excuus voor handen hebben, want zij vormden een uiterst kleine, vreemde, buitenissige minderheid, die zich voortdurend voor het afwijkende gedrag moest verdedigen. Tegenwoordig is het is Rook jij nog?, toen was het Rook jij nog niet? De Caballero, Belinda, Golden Fiction of, voor de stoeren onder ons, de Gauloises stak in die jaren achteloos in een mondhoek, ongeacht waarmee men bezig was: koken, krantlezen, kolenscheppen of aan een brommer sleutelen.

Op een herfstavond, terwijl harde wind regendruppels tegen de ruiten smeet en ons gezin rond de buis naar de zwart-wit beelden van Stiefbeen en Zoon, Peyton Place of Wie Van de Drie keek, liep mijn broer heen en weer van de schuur naar binnen en terug. Telkens weer was iemand de pineut en miste voorgoed, want Uitzending Gemist liet nog decennia op zich wachten, kostelijke seconden van Ja Zuster, Nee Zuster of Farce Majeur. Naarmate de avond vorderde, nam de ergernis bij mijn moeder toe. Op het moment dat mijn broer van de schuur naar de tuindeuren rende, riep ze hard “En nu loop je potjandorie maar om!”. Als mijn moeder haar potjandorie vloekte, wist je dat het menens was. Mijn broer schreeuwde nog wel het een en ander, maar door het lawaai dat het KNMI die avond over ons land liet bulderen, was het onverstaanbaar. Broerlief bonsde driftig met beide vuisten tegen de ramen, maar na het potjandorie was een grens overschreden. Zo ontstond in enkele minuten een patstelling, waarbij beide partijen niet van zins waren ook maar een duimbreed toe te geven. Niet zichtbaar door het raam, in de duisternis van de herfstavond, blies de storm donkere rookwolken uit de geopende schuurdeur. Wanneer Hetty Blok en consorten Wilt u een stekkie zingen, laaien de eerste vlammen uit de schuur. Een doorslaggevend argument ten faveure van mijn broer. Mijn moeder delfde het onderspit.

Op naar de buren drie huizen verder, want een telefoon was alleen voor belangrijke mensen die bereikbaar moesten zijn. Het verraderlijke vuur bereikte ondanks de wind geen andere panden. Zelfs de belendende schuur van de buurman, die wij Pipo noemden omdat hij regelmatig buiten in pyjama op geruite pantoffels te bewonderen was, bleef ongedeerd. De brandweer doofde vakkundig binnen enkele seconden het vuur als was het een smeulende sigaret in een asbak.
Een paar weken later vergoedde de verzekering de schade, waaronder professionele reparatie door een erkende fietsenmaker van de gehavende Tomos.

Niet lang daarna reed mijn broer aan het begin van de Groene Kruisweg, tussen de Charloisse Lagedijk en Rhoon, de band van zijn achterwiel lek. De afstand van die plek naar ons toenmalige huis is negen kilometer. Dat is te ver om met de bromfiets aan de hand te lopen, zodat hij het achterwiel van de Tomos met zijn kettingslot aan een lantaarnpaal veilig stelde en op de bus stapte. Het lukt hem niet om direct hulp te organiseren, zodat hij niet dezelfde avond, maar pas twee dagen later de bromfiets ging ophalen. Op dat moment restte er van zijn trotse bezit alleen nog het stevig aan de lantaarnpaal geketende achterwiel. Met tranen in zijn ogen nam hij langs de Groene Kruisweg afscheid van zijn puberteit en werd adolescent.

Met mijn zestiende verjaardag bereikte ik eindelijk de brommerwaardige leeftijd. Ergens diep in Alexanderpolder haalde ik een tweedehands Puch op. Het ding was niet vooruit te branden, maar experts die mij vergezelden verzekerden mij dat dat euvel eenvoudig te verhelpen was. Dat was een juiste diagnose, want na het nemen van de afrit van de Brienenoordbrug, luisterde het motortje beter naar de gashendel en pruttelde het gevaarte met redelijke snelheid naar Hoogvliet. Toch is het nooit goed gekomen tussen de Puch en mij. Het kreng ging voor mij eigenlijk veel te hard, maar ik kon mij natuurlijk niet laten kennen tegenover mijn vrienden.
In de zomer ging ik met een vriend op kampeervakantie naar de Reeuwijkse Plassen. Hij had een Zündapp, een buikschuiver, en zo vormden wij een compromis tussen Vetkuiven en Kikkers. Mijn reisgenoot was veel behendiger in gemotoriseerd verkeer dan ik. Zo kwam het dat ik op een smal dijkje in mijn onhandigheid tussen de te krappe ruimte van twee elkaar passerende Lelijke Eendjes probeerde te manoeuvreren en daardoor de rechter Citroën schampte. Het rechter pedaal van mijn Puch brak van de crank door de harde aanraking met het voorwiel van het autootje.  Voor mij, met mijn beperkte bromfietstechnische vaardigheden, was het onmogelijk verder te rijden. Zo niet voor mijn vakantiekameraad. Ik nam plaats op het harde, oncomfortabele rekje achterop, terwijl hij het stuur overnam. Het rechter pedaal heeft echter een essentiële functie, zeker voor fysiek rechts georiënteerde mensen. Bij de volgende bocht remde mijn chauffeur onvoldoende en belandden wij met bromfiets en al in een zeilboot, die direct naar de bodem van het door overmatig turfsteken gevormde meer zonk. Die enerverende belevenis in de zomer van 1968 markeert het definitieve einde van de Puch, Tomos, Kikker en Buikschuivertijd. Scott McKenzies San Francisco had het jaar ervoor  het Hippietijd ingeluid en mijn hormonen maakten zich op voor mijn eigen Summer of Love die nu toch snel komen moet.