Elke gelijkenis met bestaande en/of overleden personen berust op toeval.

Copyright © 2017 Qualiber, Dick Scholten
Auteur: Dick Scholten
Foto’s: de auteur in 1977
Kort verhaal
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.

Typhoon foto

In café Loos aan het Westplein in Rotterdam had ik met mijn neef Herko afgesproken. Herko is dertien jaar jonger dan ik. Toen hij ter wereld kwam, was ik niet meer zo geïnteresseerd in kraamvisites bij de vele tantes en ooms die  mijn familie telt. Ik heb flink gezocht op de zolder, in de kelder en de schuur van mijn geheugen, maar heb op geen van die plekken een souvenir van Herko kunnen vinden. Als onze paden zich ooit in het verleden hebben gekruist, dan moet dat op een verjaardag van mijn moeder, opa of oma zijn geweest. Met mijn zeventiende verliet ik het ouderlijk huis en opa en oma verruilden het stoffelijke voor het geestelijke omstreeks mijn twintigste verjaardag. Nee, Herko kan mij onmogelijk herinneren en dat is wederzijds.
Herko was in de bibliotheek op mijn boek gestuit vanwege zijn interesse in het bombardement van 1943. Er lopen veel naamgenoten van mij rond, zoek maar eens met Google, maar de familietrekken op de auteursfoto overtuigde Herko. Hij zocht contact met mij en eenmaal tot stand gekomen, nodigde hij mij uit om wat met elkaar te kletsen. Zo zit ik in café Loos bij het raam met uitzicht op de Veerhaven op hem te wachten en schiet mij een verschrikkelijk tienermoment te binnen.

Ik was acht, misschien tien. De ouders van Herko woonden aan het (toenmalige) einde van de Boergoensevliet. De nieuwe woonwijken Pendrecht en Zuidwijk hadden de koeien van de groene weiden aan de zuidzijde van Charlois verjaagd en het zachte gras vervangen door steen. Herko’s moeder kreeg alleen maar zonen en het was na de geboorte van één van die koters dat ik mijn moeder vergezelde om tante en oom te feliciteren met de uitbreiding van hun gezin. Ik was een heel beleefd jochie – dat ben ik nog – en wilde mijn oprechte belangstelling voor het wolkje mens tonen. Tante lag op bed of op een bank in de woonkamer en ik liep op haar af. Het wolkje bevond zich immers in haar armen. Bij haar aangekomen bekeek ik het roze familielid met onbevangen nieuwsgierigheid tot het tot mij doordrong dat de jongste familieaanwinst aan haar tepel lurkte en ik besefte dat ik mij in een uiterst precaire situatie, op een levensgevaarlijk en streng verboden terrein bevond. Ik wist niet waar ik moest blijven, rende met het beeld van tantes boezem op mijn netvlies naar mijn moeder, waar ik hoopte op armen vol vergevingsgezinde troost en redding voor mijn tere kinderziel.

Niet dat zachtaardigheid en barmhartigheid tot de kenmerkende trekken van mijn moeders karakter gerekend kan worden. De vader van Herko vader werkte bij een meubelwinkel en voorzag onze woonkamer periodiek van een nieuwe bank met bijbehorende fauteuils. Mijn moeder haatte liefdadigheid en medelijden, maar ze had weinig keus. Nieuw meubilair aanschaffen lag voor ons gezin in die tijd ver buiten de grenzen van het bereikbare. In zijn vrije tijd was oom een verdienstelijk muzikant en bespeelde elke zondag het kerkorgel om de Rotterdamse gelovigen te begeleiden bij de stichtelijke psalmen en gezangen die ‘tezaam met luider kelen’ gezongen werden. Daarnaast schilderde hij en had ook daarvoor onmiskenbaar talent. Ik dacht zelfs gezien te hebben dat werk van hem in de collectie van het Boymans museum was opgenomen, maar Herko, zelf een bekwaam schilder, hielp mij uit de droom. Die doeken zijn van een naamgenoot, zoon van een broer van mijn opa.
Mijn moeder betrad in de herfst van haar leven met een schildersezel, penselen en olieverf de wereld der schone kunsten en toonde enthousiast haar kunstuitingen aan haar jongste broer, Herko’s vader, die haar vriendelijk doch beslist wees op, laat ik het daar maar bij houden, perspectieffouten. Beleefd zwijgend hoorde zij de opbouwende kritiek aan om nadat hij de deur achter zich gesloten had haar razernij over zijn brutaliteit over onze hoofden uit te storten.

De schoolmeester van de klas waarin Herko zat, was zo slim om ten overstaan van de klas vol twaalfjarige kinderen te verkondigen dat binnen afzienbare tijd de wereld zou vergaan; een mare die zo omstreeks 1977 werd uitgesproken. Nog afgezien dat het evenement volgens mij nog niet heeft plaatsgevonden, ontgaat het mij welke ongetwijfeld nobele pedagogische doelen deze ooit aan een kweekschool geslaagde leerling met deze mededeling nastreefde. De bron van zijn kennis zal hij beslist ergens in de krochten van het Vrijgemaakte Gereformeerde geloof gevonden hebben.
Ik ben niet religieus, ik geloof niet in karma, hierna- of voormaals. Ik probeer mij verre te houden van discussies met de dogmatische en de veelal hypocriet fundamentalistische gelijkhebberij wat veel in-wat-voor-god-dan-ook gelovende mensen gemeen hebben. Christendom deed kwaad stond ooit in de Zaanse krant De Typhoon als onderschrift bij een foto van mij. De redactie zal veel plezier gehad hebben om de apodictische overeenkomst van mijn portret met de gemiddelde Christus afbeelding. Ik sta nog steeds achter die uitspraak van meer dan dertig jaar geleden, maar als mensen baat hebben bij een geloof in wat-dan-ook, zelfs als dat profijt bestaat uit de vernietiging van de mensheid, wie ben ik om met hen in discussie te gaan? Wie wint daar wat mee?

De onderwijzer raakte middels die met zoveel zekerheidskracht uitgesproken profetie Herko diep in de ziel en vermengt met de kort daarop in onzekerheid en twijfel gedompelde volgende levensfase waarin een mens op zoek gaat naar wie hij is en welke positie hij inneemt tegenover zijn soortgenoten, heeft de voorspelling van de apocalyps decennia van zijn leven in negatieve zin bepaald.
Jomanda wees hem op een uitgang uit die donkere tunnel. Het is de eerste positieve ervaring over het genezend medium uit Deventer die ik te horen krijg. De weg die zij hem jaren geleden wees leidde naar het bombardement van 1943, het uitgangsonderwerp van mijn debuutroman.
Aldus zit ik hier op Herko te wachten in café Loos aan een tafeltje bij het raam met uitzicht op de Rotterdamse Veerhaven en de ontblote borsten van mijn tante voor ogen.

-o-o-o-