Elke gelijkenis met bestaande en/of overleden personen berust op toeval.

Copyright © 2017 Qualiber, Dick Scholten
Auteur: Dick Scholten
Kort verhaal
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.

paraplu

Druppels

Een verhaal uit het van begin jaren zeventig.

Kon ik er iets aan doen? Ik had dat huis toch niet kunnen laten verpauperen? Het was nog een hoop waar, zeker veertigduizend gulden. Geertje, ja die heeft makkelijk praten. Toegegeven, ze had jaren het huis opgeruimd, stof gezogen en de was gedaan. Maar Geertje was al vroeg weduwe, haar kinderen ouder dan de mijne en ze woonde pal naast pa en ma.

Hé, wat is het koud. Wat een kille troep. Niets akeliger dan een begrafenis in de regen.

Nadat Geertje was verhuisd, moest ik ineens de boel schoonhouden en die strontwas doen. Die mensen werden elke dag nóg ouder. En ik, ik had man en kinderen. Geertjes kinderen konden voor zichzelf zorgen. Die bejaardenopvang was toch christelijk? Het was toch van de Diaconie?

Gek dat ik altijd die namen op die stenen lees en dan snel uitreken hoe oud ze zijn geworden. Het zegt je niets, of… Misschien is het de sfeer. Ja, dat is het. Het brengt je in de juiste stemming. De mensen die hier liggen hebben het aardse verlaten en de eeuwigheid tegemoet getreden. Dat geldt nu dan ook voor mijn vader.

Het was zo’n groot huis. Die oude mensen konden er niet meer in wonen, niet zoals Karel en ik in ons huis. Ze waren gewoon te oud geworden. Pa met z’n urinezak en moe die moeizaam over de vloer schuifelt. Had ik ze daar tot Sint Juttemus moet verzorgen? Welnee kind – jij hebt je niks te verwijten.

Die doodgravers hebben geen paraplu’s. Hun statige zwart raakt doorweekt. Wat een rotvak. Zou het goed verdienen?

Hoe lang geleden is het dat Geertje naar die nieuwbouwwijk is verhuisd? Een jaar of vier, denk ik. Eerst kwam ze nog iedere donderdag om het huis te doen en de was op te halen. Ze had het geld nodig, natuurlijk. Dat zal het zijn. Toen ze het wat beter kreeg zei ze plotseling dat ze het niet meer kon opbrengen. Jij woont maar twee straten verder en ik moet wel tien kilometer reizen zei ze. Maar zij had veel oudere kinderen, toch? Zij had er makkelijk mee door kunnen gaan, maar nee, zij wist het beter. Gooide de boel er bij neer en zegt dan tegen mij: Sjaan, nu is het jouw beurt.

Ik denk niet dat iemand ooit zal zeggen dat ik het met liefde deed. Een heel jaar lang ben ik elke donderdag gegaan. Zon of regen, zorgen of zorgeloos, ik ging.

Mens! Wat een eind lopen! Nooit geweten dat dit zo’n grote begraafplaats was.

Het was een goed bod. Ik heb er jaren voor gebeden. Die twee ouwetjes in dat tehuis in Noord. Goed, ze moesten gescheiden worden. Pa op de mannenafdeling, moe op de derde voor de vrouwen. Ieder z’n eigen plek, want het zijn oude mensen en dan moet het praktisch, efficiënt gaan. Al die oude mensen samen, nee, dat is geen doen.

Wat een grote familie heb ik toch. Ze zijn geen van alle droevig gestemd. Die kinderen van Geertje duiken zo de kroeg in, wedden? Lekker droog een borrel op die oude vent. Bah, wat respectloos.

Tja, pa was een driftkop. Zo’n verpleegstertje, zo’n jong ding,  die kan het toch niet weten? Ze noemt al die oude mannen opa. Dat pa zo’n trotse man was, dat zie je niet aan de buitenkant. Ze kon nooit bevroeden dat pa gewend is met respect behandeld te worden. Hij hoefde haar toch niet te slaan zoals hij vroeger ons sloeg? Nee, hij was niet haar opa, maar zij ook niet een kind van hem die hij beleefdheid moet bijbrengen. Nee, het was onvermijdelijk dat ze hem overplaatsten naar een tehuis voor agressieve en demente bejaarden. Zulke mensen kunnen ze gewoonweg niet hebben in een normaal tehuis. Het personeel loopt weg en je krijgt er niemand voor terug, dat snap ik best wel.

Hé, de paraplu lekt.

Ja, achteraf was het wel te verwachten dat moe gauw stierf nadat pa daar weg was. Ze zag hem haast niet meer. Ja, eens in de drie weken, maar dan moest Karel haar brengen. Geertje heeft makkelijk praten. Zij heeft geen auto. Ze zal geen idee hebben hoe lastig het is om je avond op te offeren om die twee oude mensen een half uurtje bij elkaar te laten zitten. Praten deden ze nauwelijks. Ze keken elkaar alleen maar aan. Wat heb je daar nou aan?
Dus stierf ze, een half jaar geleden. Pa kan het nauwelijks beseft hebben dat ze weg was, al zegt Geertje dat hij om haar bleef vragen. Laat me niet lachen! Die man wist nauwelijks meer iets, laat staan dat hij begreep wat doodgaan is. Ja, nu weet hij het wel.

Toch droevig, die stilte die valt als de kist zakt. Alleen de druppels hoor je vallen.

-o-o-o-